Van de kaart

Van de kaart

auteur: Boele P. Ytsma
aantal bladzijden: 213
prijs: Euro 14,90
Uitgever: Boekencentrum
ISBN 978-90-239-2400-5

recensie door: drs. Annet Hogenbirk,
vrijgevestigd geestelijk verzorger/coach/theoloog

Het boek ‘Van de kaart’ heeft als ondertitel ‘manifest van een gepassioneerde twijfelaar’. Dat is het inderdaad. Het is een ontboezeming van iemand die met hart en ziel met geloven binnen de kerk bezig geweest is en ook daarbuiten. Geweest schrijf ik nu, want zijn ontwikkelingen gaan door. Ten tijde van het schrijven van het boek (voorjaar 2009) was hij nog gemeentepredikant binnen de PKN. Sinds de zomer is hij voor zichzelf als coach begonnen. Hij werkt niet meer binnen de kerkmuren als gemeentepredikant. Dat in tegenstelling tot de hoop en de verwachting die hij op het einde van het boek nog uitte dat er plek is in de kerk voor verbindingen tussen orthodoxe protestantse gelovigen zoals Andries Knevel en atheïstische gelovigen als Klaas Hendrikse door de aanwezigheid van mensen zoals hijzelf. Deze stap van hem buiten de kerkmuren past bij wat hij in het boek beschrijft: een langdurige ontwikkeling en zoektocht van de gelovige die zijn geloof op een andere manier is gaan beleven.

Lezers die zelf een bevindelijke kerkelijke achtergrond hebben en kritischer hierin zijn komen te staan, zullen zich in veel van het boek herkennen. Je bent opgevoed met zekerheden. Je hebt een basis in je bestaan waardoor leven met God altijd een plek houdt. Je verlangt ernaar dat samen met anderen te kunnen delen in een kerk die dynamisch en creatief is. Ytsma gooit heel wat heilige huisjes omver. Velen zullen dat ook al lang- of kortgeleden gedaan hebben. Maar wat dan? Wat volgt daarna?
Ytsma beschrijft wel het proces van het losmaken van de statische manier van kerk-zijn. Hij doet een pleidooi voor meer ruimte in de kerk: “Geef de creatieve geesten, zoekende gelovigen, twijfelende zielen en pioniers de ruimte! Omwille van de toekomst! het is de hoogste tijd!”(105) Maar hoe dat concreet in zijn werk zou moeten gaan, is de vraag. Het argument dat het hemzelf lukt om in gesprek te zijn met Knevel en met Hendrikse is geen basis waarop je als kritische gelovige, ‘pionier’, kunt verder bouwen. Daarvoor kan er in je leven teveel gebeurd zijn. Veel kritische gelovigen laten zich niet meer met Ytsma’s idealen en activisme terugleiden naar de kerkelijke gemeente.

Naar mijn mening is op het eind van het boek weer de dominee in Ytsma aan het woord. Op grond van zijn passie voor het koninkrijk van God verkondigt hij dat hij gelooft dat de kloof tussen orthodox en vrijzinnig zal verbrokkelen. Dat er een nieuwe alliantie van kerkmensen tot stand zal komen. Hij zet daarmee ook de zoekende gelovige weer op de kerkelijke kaart. Hij gaat er daarbij van uit dat in hem/haar het verlangen leeft naar een andere manier van kerk-zijn. Voor het ruimte maken binnen de kerk voor deze creatieve, zoekende en twijfelende gelovige is zijn boek een gepassioneerd pleidooi.

Reageren is niet mogelijk.